jij kunt
logo
“Zen gaat toch buiten de geschriften om?” Jawel, teksten over zen lezen brengt je geen stap dichter bij weten wie je bent, je Boeddhanatuur. Door een kookboek te lezen gaat je honger ook niet over. Maar een kookboek kan je wel aanzetten om te gaan koken.

Teisho Mei 3 (1992)

door Harada Tangen Roshi, Bukkoku-Ji

 

Dit is de derde dag van de sesshin, en als je het vergelijkt met berg beklimmen, dan zijn we ongeveer 2/3, morgen berei­ken we de top.

Morgen krijgen we het moeilijk. Morgen is het zwaar­ste gedeelte van de sesshin. Iemand die hier voor het eerst aan een sesshin mee doet, kwam de eerste dag bij mij, en vertelde me dat hij erg z'n best deed om van 's morgens vroeg tot 's avonds laat aandachtig te blijven. Zich volle­dig op zijn oefening te concentreren, zelfs als hij in bed kroop. Hij vervolgde: "Om u de waarheid te vertellen, ik wou dat ik in m'n eigen bed kon kruipen, en eten wanneer en wat ik wil". Dat is goed. Het is goed om eerlijk tegenover je zelf te zijn. Zenbeoefening begint met eerlijkheid. Als je niet puur en eerlijk van start gaat en bewust bent dat je leeft vanuit een volle­dig egoïsme, alleen maar een zelf interesse, dan ben je niet in staat de werkelijke stap tot praktiseren te nemen.

Vroeg in de morgen gewekt worden door de tempelbel, geen tijd om je er over te beklagen, opstaan is de boodschap. Als je thuis wakker wordt, voel je je dan vereerd dat je de kans hebt gekregen tot een nieuwe dag te ontwaken?

Waar­schijn­lijk niet, waar­schijn­lijk vind je het doodgewoon. Je leidt een op jezelf gericht leven, het is haast onmogelijk om je te realiseren hoe zelf gericht je bent. En niemand, niemand die hier aanwe­zig is, is hier van uitgesloten, iedereen is op zich­zelf gericht. Het idee jezelf centraal te stellen, elk inci­dent waarmee je in aanraking komt, zoek zelf maar een incident uit, en ontdek dan hoe zelf gericht je bent.

Sommigen van jullie zullen hier gelijk mee instemmen dat ze zelfzuchtig zijn, maar anderen zullen in de verdediging gaan en trachten te ontkennen dat ze zelf­zuchtig zijn. Begrijp nu eens voor één keer, beken het aan jezelf, word je bewust van je zelf gericht­heid. Het is ver­spilling, en schaamteloos dit niet bewust te worden.

 

Ten tijden van Sakjamuni Boeddha schreef men op lange palmbla­deren, de eerste sutraboeken zijn op die manier gemaakt.

In Nepal is een tempel die Medamadera (ogen tempel) heet, die boven op een berg staat. Het eerste wat je ziet als je de tempel binnenkomt, is een groot geschilderd palm­blad waar een soort gezicht op afgebeeld is. Het gezicht heeft drie ogen,waarvan één in het midden van het voor­hoofd. 
Met dit oog moet je zien, het oog wat doordringt en overal doorheen ziet. Heb jij zo'n derde oog? 

Je hebt zo'n derde oog, iedereen heeft zo'n derde oog, maar je kunt er niet meer mee zien. Zoals ik al eerder zei,"je bent zo verdwaald, zo verloren in je zelfgenoegzaamheid". Je bent zo de weg kwijt dat je je dit niet eens meer voor kunt stel­len. Hoe komt het dat je je werkelijke zelf niet meer ziet? Dat komt omdat je alles filtert, verdeelt en in tweeën deelt. En je bent vergeten dat je deze filters zelf hebt aangebracht.

Dit dualisme, dit onderscheid tussen hoog laag, dik en dun zijn je eigen creaties. En omdat je het vergeten bent, denk je dat deze manier van zien en interprete­ren de enige juiste is. Er wordt beweerd dat je van kinds af aan steeds slimmer wordt, maar naarmate je ouder wordt ontdekt je dat je steeds verder van het Boedd­haschap verwijderd raakt, hoe triest is dit.
Een pas geboren baby ontvangt alles wat het nodig heeft en wordt met de grootste zorg omringt. Als beloning creëert de baby ­een hoop problemen en bezorgt het zijn verzorgers een hoop werk. Een baby is uiterst zelfzuchtig. Maar bekijk de baby eens van-uit de invalshoek van "Schattig". De hand is gevuld, het oog is gevuld, het oor is gevuld, er is geen scheiding, er mist niets. De wetenschap dat we iets zouden verkrijgen of verdienen in het leven is een vergissing. Het is een misleiding omdat het de erkenning van het ego is. Maar dit is niet iets om bedroefd over te zijn. Je verlaat je vaderland voor een lange reis, en je wordt eenzaam en krijgt heimwee naar je vaderland. Wat je nu aan het doen bent, het zitten op je kussen dat is de terugweg naar je vaderland.
Elke stap die je neemt is een stap op weg naar huis.

Als je de stappen huiswaarts niet onderneemt, zal je niet ontwaken. O ja, je hebt je ochtenden, je avonden en de volgen­de dag, maar je beweegt je in duisternis voort , onwetend.

Er wordt voor je gezorgd, het hele universum zorgt voor je, nu hier, elk moment. NU, DIT MOMENT, is perfect, er valt niets aan toe te voegen. Het pad is universeel en perfect, "it's all right". Alles waar je continu naar streeft, dat waar je naar op zoek bent, is van begin af aan al van jou.

Maar zolang je dit niet realiseert, neem je het voor waar aan en blijf je er van afgescheiden. Je hebt het gevoel nooit genoeg te hebben en je ziet niet de waarde van alles en ieder­een. Als je tot realisatie komt, als je ontwaakt dan zie je alles en iedereen als de kristallisatie van het totale univer­sum. Je ziet de perfectie van alles en iedereen, alles en iedereen als eenheid. Nu bezie je alles via je eigen waardeoor­deel, en bent daardoor niet in staat het wonder te zien, de kostbaarheid van het totaal. Als mensen of omstandighe­den je ontwikkeling in de weg staan, dan zie je obstakels zeker niet als: "De vermomming van Boddhisatva's". In elke omstandig­heid of situatie vind je wel iets om kritiek op te hebben of om over te klagen. Het is maar moeilijk te aanvaarden dat alles Boeddha is, dat iedereen Boeddha is. Zodra je ogen tot de reali­teit geopend zijn, dan is het een geweldige uitdaging, een mogelijkheid tot groei als je Boddhisatva's tegenover je vindt die het je moei­lijk maken.

Zelfs nu, dit moment, terwijl je hier zit als een pruilerig kind met gedachten als, "o waar is mijn warme zachte bedje, of ik wou dat ik kon eten wat ik wilde", dat is goed, daar is niks mis mee. Maar waar wel wat mis mee is, is deze ideeën accepteren, er aan toe geven en er genoegen in schep­pen. Je beklimt de berg der schatten, en wat een verspilling niet te realiseren dat je de berg der schatten beklimt. O mijn benen doen zo'n pijn. Je benen zullen vast wel pijn doen, maar besef je wel dat je altijd, elk moment geze­gend bent met een wonder, dat de pijn in je benen honderden keren overtreft? De meerderheid van de mensheid is zich hier niet van bewust. Maar als je pijn hebt dan is er een beginnend besef, is het niet? Daarom is het nodig pijn en ontberingen te doorstaan. Iemand zei eens tot mij: "Pijn is een grote hulp".

Niet echt, pijn geeft je niet echt een meer-kans om te oefe­nen. "DIT IS HET". Au, au au het doet pijn, het doet pijn.
Hee..., dit is wat het is, dit. Jullie doen allemaal je best, en het lijkt alsof mijzelf nooit eerder zo volledig op mijn training heb gestort. Eén ademhaling, de inzet van het moment.
Als je niet voor of achteruit meer kunt, breek je door. Tot het moment dat je niet meer voor of achteruit kunt, dan pas is er de mogelijkheid om door te breken. Om dat je voor dat moment volledig opgaat in discriminerende gedachten, in het verdedigen van het zelf, onderhevig aan anderen. Blijf bij de inzet van dit moment, dwaal niet af, "Ichi tanté, ichi tanté".

Ik zal er op blijven hameren en het blijven herhalen, "DIT, alleen maar DIT". Laat je niet afleiden, deze berg is niet te beklimmen met je gedachten ergens anders. Je moet vastbesloten zijn je niet van je oefening af te laten leiden, en gelijke tred met de waarheid te houden. Als je in een hoek gedreven bent, breek je door. Er wordt gezegd: "Een in de hoek gedreven muis brult, een in de hoek gedreven muis valt de kat aan".
Er komt een moment dat een klein muisje tegen over een reus­achtige kat komt te staan. Ik ben hier zelf een keer getuige van geweest.  Sommige mensen geven zo'n muis een overwinnings­maal en een medaille, en laten zowel de muis als de kat gaan.

Ze zien dit als vriendelijkheid, maar deze zogenaamde vriende­lijkheid is vaak niet meer dan bemoeizucht. Er zijn 52 stadi­a van: "Boddhisatva-mededogen". Dit leven, de oefening, deze oefening die je gegeven is, is niet om het Boddhisatva-pad te verkrijgen, maar om tot de grootste en hoogste verlich­ting te komen. Iedereen heeft zichzelf tot kleine vriendelijk­heid aangepast. Mededogen wat gebaseerd is op klein discrimi­nerend intellect. Als ik je vraag, "wat zijn je sterke kan­ten"? Dan zal je antwoord misschien zijn "ik ben vriendelijk".

Dat is niet slecht, je kunt niet beweren dat het slecht is.
Maar je kunt er niet onderuit dat je vriendelijkheid vaak een aanslag is op andermans zaken, te ontsnappen of ergens betrok­ken bij raken. Praktiseer je nu wel? Er was eens iemand die mij vertelde: "ik ben vriendelijk tegen anderen, maar het is niet meer dan mij met andermans zaken bemoeien. En als mijn vriendelijkheid niet op prijs gesteld wordt, ben ik gekrenkt en haat ik deze ondankbare". We zijn allemaal in essentie één.
De tijd zal komen dat je kunt zien dat er geen ander is.
Om dit in te kunnen zien, "Blijf bij DIT' je oefening.

Als je je realiseert dat er geen ander is dan weet je wat je te doen staat. Maar nu, als je krabt waar het niet jeukt is dat is niet goed voor dat plekje, is het niet? Als je jezelf hebt gerealiseerd dan krab je waar het jeukt. Maar als je jezelf dan weer eens hier en dan weer eens daar zit te pijnigen zonder rede. Als je je gedachten dan weer eens hier en dan weer eens daar laat dwalen. Dan werk je niet aan je oefening, terwijl deze speciale oefening je gegeven is.

En nu ik mij telkens weer met je zaken bemoei, laat je niet afleiden, laat je zelf niet in met het een of ander, laat je er niet mee in, en wijs het ook niet af. Er zijn er onder jullie bij wie het kwartje nog niet gevallen is, door de lange historie van gewoontes.

Als je van het pad afdwaalt, als je aandacht ver­slapt, keer dan terug naar je begin punt begin dan weer met je basisoefening. Als je als oefening hebt: "Susokukan" (het tellen van je ademhaling), en je bent de tel kwijt, begin dan geconcentreerd weer bij 1. Het totale universum zit in dit "1". Als je de tel kwijt bent dan voel je je schuldig, o jee ik zat er naast. Corrigeer jezelf, laat alles los en begin weer geconcentreerd bij 1, dat is alles. Het is zo simpel, het wijst zich als vanzelf. Het werkelijke leven staat geen secon­de stil, het is niet vast te houden, te stoppen. Laat los. Als het zelf losgelaten wordt komt de waarheid, het leven, dansend tot leven. Alle wezens zijn zonder twijfel gezegend met Boeddha-wijsheid en Boeddha-natuur.

Dit is wat je bent, jij bent het waar we het nu over hebben.
Stap voorwaarts met waardigheid, neem één stap, deze stap, doe het. Ja, maar ik heb de kracht er niet voor mijn benen vallen van mijn lijf. Als je je zo voelt, is dat goed, kruip dan. Je hele lichaam zijn je benen, één stap, één stap. Stort je met hart en ziel hier in, we hebben deze kracht, deze levens­kracht, het zelf afgevallen, vergeet het zelf laat lichaam en geest vallen. Werp je zelf in Boeddha’s huis - Dogen zei dit - sterf de grote dood, sterf voor eens en altijd, en welzijn is je deel, een onvoorstelbaar welzijn. Een ieder van jullie zal hier doorheen moeten. Hoe kan ik je helpen dit leren te be­grijpen, hoe kan ik je helpen de gewoonte van als maar om je heen kijken, je af laten leiden, al het klagen en al je nood en pijn te laten vallen. Laat deze onbenullige kleingeestig­heid vallen. Durf je het? Heb je het lef er voor?

Er waren eens een aap, een vos en een konijn die in alle rust en vrede met elkaar in de bergen leefden. Ze konden goed met elkaar opschieten en hielpen elkaar waar ze konden. Alles liep
op rolletjes en ging zo z'n gangetje.

Net zo als de onderdelen van je lichaam samen werken, je maag je hart je lever, enz, alles gaat zo zijn gangetje.

Ze leefden zo in vrede met elkaar toen god besloot om de aap het konijn en de vos te testen. Hij vermomde zich als reiziger die in elkaar gezakt op het bergpad lag. De aap vond hem en vroeg: "wat scheelt er aan?". De reiziger zei dat zijn eten op was en dat hij stierf van de honger. De aap riep de vos en het konijn om te komen helpen. De aap klom in de boom en plukte fruit, de vos viste in de rivier en bracht vis, maar het konijn kon niets vinden waar hij ook keek hij kon niets eet­baars ontdekken. De reiziger prees de aap en de vos, "maar jij, heb jij geen hart?" vroeg hij het konijn? Het konijn vroeg aan de vos om een vuur te maken, en het konijn zei "alstu­blieft eet" en wierp zichzelf in het vuur.

Jezelf opgeven om anderen bij te staan, dat is wat je doet, dat is je oefening.

De god bracht het konijn weer tot leven en zette hem op de maan om rijstkoekjes te maken.
Ryokan vertelde dit verhaal altijd aan kinderen, en voor volwassenen had hij een geschreven versie. Toen ik dit verhaal las, kon ik het niet helpen dat ik er om moest huilen. Dit is wat leven is, dit. Alles en iedereen, altijd, zorgt in essen­tie vanaf het begin voor alles en iedereen. Is dit niet wat je werkelijke leven is? Het leven wat je leeft, stap voor stap, ademhaling na ademhaling? De stap die je geeft aan lopen, de ademhaling die je geeft aan het ademen, stap voor stap. 
Alle wezens zijn Boeddha met Boeddha-natuur en Boeddha-wijs­heid. De afscheiding tussen jou en Boeddha is nog niet de dikte van een vloeitje. Laat het onmogelijk zijn aan de Dharma te twijfelen, moge het je gegeven zijn de Dharma totaal te gelo­ven. Geloof is belangrijk, maar je kunt daar niet stoppen.

Alles is Boeddha, maar door onze discriminerende kijk op de wereld zijn we niet in staat dit te zien. Als je dit niet inziet, kun je het ook niet waarderen en ben je niet instaat er dankbaarheid voor te tonen. Begrip en geloof met een mini­mum aan intellect dat is belangrijk, maar leven moet je be­grijpen met het leven zelf, want anders leef je maar half.
En het enige wat je te doen staat is je hier in te storten en er één mee worden. Om er vriendelijk intiem mee te worden.

Ieder ademhaling die je doet is brand­nieuw, fris en helder, houd je aan vast, houd je hier aan vast zodat je door de dualiteit van het discriminerend denken heen kan breken.

Bijt je vast in het tellen van je ademhaling (Susokukan). Als je je ademhaling volgt, kleef jezelf er aan vast. Als je een koan hebt, word één met je koan (Mu-ji).
Wat er ook gebeurt, wat er ook uit je tevoorschijn springt, er verandert niets. Wees één en oprecht met je oefening, fris en helder met "Dit".De ware functie van leven stagneert niet en staat nooit stil. In het begin dring je jezelf je oefening op, ik tel mijn ademhaling, ik volg mijn adem, ik concentreer me.

Maar de tijd zal komen dat je ademhaling zelf ademt, en dat er concentratie is in plaats van concentreren. Zonder falen zal dit moment aanbreken. Ga door, wat een verspilling om niet door te gaan, verspilling van leven. Nu precies op dit moment ontvang je alle rijkdom van het leven. Elk moment ontvang je het, is het goed genoeg om er over te blijven klagen, blijf je er de kantjes van af lopen?

SAMEN MET ALLE WEZENS VERWEZENLIJKEN WE HET BOEDDHASCHAP